Gratis Chinees leren: Les 1 - Conversatie 1 - Grammatica

Persoonlijke voornaamwoorden

 

Enkelvoudvormen

  • 我 wǒ: ik

  • 你 nǐ: jij

  • 他 tā: hij

  • 她 tā: zij

 

Meervoudsvormen

  • 我们 wǒmen: wij

  • 你们 nǐmen: jullie

  • 他们 tāmen: zij

  • 他们 tāmen: zij

 

们 men is een achtervoegsel om meervouden mee te maken, maar let op: je kan 们 men alleen gebruiken om groepen personen aan te duiden, dus geen objecten. Voor objecten geldt, dat het meervoud gelijk is aan het enkelvoud.

De uitspraak van hij en zij is in het Chinees hetzelfde: allebei tā. Uit de context blijkt dan of je over een man of een vrouw praat! In het meervoud gebruik je het karakter voor hij (他), ongeacht of je een groep mannen of een groep vrouwen aanduidt.

 

Werkwoorden

要 yào, 喝 hē, 有 yǒu en 来 lái zijn werkwoorden. Het Chinees kent geen werkwoordsvervoeging; werkwoorden veranderen niet met het onderwerp. Bijvoorbeeld ik, jij, hij en zij gebruiken steeds dezelfde vorm van het werkwoord 要 yào.

 

Ontkenning

不 bú is een bijwoord om een zin ontkennend te maken en betekent nee of niet. 不 heeft drie uitspraken. De originele uitspraak van 不 is bù. Als 不 gevolgd wordt door een karakter met de vierde of vijfde (neutrale) toon, dan verandert de uitspraak van 不 van bù naar bú. Een derde mogelijke uitspraak van 不 is bu, met de neutrale toon. Over deze situatie zal ik later iets uitleggen.

 

Vragen

什么 shénme is een vragend voornaamwoord. 什么 shénme kan samen met een zelfstandig naamwoord een “wat voor …” vraag maken. Bijvoorbeeld, in de zin 您要什么茶? betekent “Wat voor thee wilt u?”

De plaats van 什么 is niet altijd aan het begin van een zin. De woordvolgorde van de vraagwoorden wordt uitgelegd in latere lessen.

吗 ma is een partikel om een ja-nee-vraag te maken. 吗 ma staat altijd aan het eind van een zin. Je kan dus van een stellende zin een ja-nee-vraag maken gewoon door het partikel aan het eind toe te voegen. Bijvoorbeeld: 他有啤酒。 Tā yǒu píjiǔ betekent "Hij heeft bier". 他有啤酒吗? Tā yǒu píjiǔ ma? betekent "Heeft hij bier?"

 

Grammatica oefeningen

 

Zet deze zinnen om naar ja-nee-vragen.

  • 他要茶。 Tā yào chá.

  • 老板有乌龙茶。 Lǎobǎn yǒu wūlóngchá.

  • 他喝啤酒。 Tā hē píjiǔ.

  • Thijs 喝水。 Thijs hē shuǐ.

 

Zet deze zinnen om naar negatieve zinnen.

Let op de uitspraak van 不。

  • 他要茶。 Tā yào chá.

  • 他喝啤酒。 Tā hē píjiǔ.

  • Thijs 喝水。 Thijs hē shuǐ.

 

De inhoud van deze pagina van de online gratis cursus Chinees is ontwikkeld door Amy (Ya-Ping) Hsiao (www.chinees-leren.nl).

Offcancas menu